Gewas
In deze fase worden de planten op het substraat gezet. Om groeiremmingen te voorkomen, is het belangrijk dat de overgang van opkweek- naar productielocatie zo geleidelijk mogelijk verloopt. Temperatuur- en vochtschokken moeten dan ook tot een minimum beperkt blijven. Het moment van planten kan bepalend zijn voor de plantopbouw later in de teelt. Een goede voorbereiding en afstemming zijn dus noodzakelijk. Tijdens de vegetatieve sturing kunnen een (energie)scherm en luchtbevochtiging helpen een groeizaam klimaat te creëren. Een hoge buistemperatuur kan een droog klimaat opleveren. Eventuele bladbeschadigingen kunnen dan te snel opdrogen en necrotische plekken veroorzaken.
Wortels
Voor het vaststellen van het plantmoment zijn zowel het plantgedeelte boven de grond als de wortelontwikkeling onder het blok van belang. Zodra de plant op het substraat is gezet, moeten de jonge wortels uit het blok ongeremd en gelijkmatig kunnen inwortelen in het substraat. Om dit te stimuleren, dient het contact tussen blok en substraat optimaal te zijn. Verder moet de temperatuur in het substraat hoog genoeg zijn en de EC in het substraat lager dan in het blok. Deze fase duurt totdat de wortels ruim vijf centimeter in het substraat zijn ingeworteld en de wateropname niet meer afhankelijk is van het vochtgehalte in het blok.


